Bij het actualiseren van een asbestattest moet de ADI steeds beoordelen of een nieuw plaatsbezoek noodzakelijk is. In bepaalde situaties is een plaatsbezoek verplicht, dit is het geval bij aanvullend onderzoek of bij het opheffen van een eerdere onderzoeksbeperking. Alle bewijsdocumenten die bij de beoordeling worden gebruikt, moeten correct worden opgeladen in de databank. Indien dit niet gebeurt, wordt dit helaas beschouwd als een non-conformiteit.
De gegevens van eerdere monsternames en analyses mogen overgenomen worden bij de actualisatie van een bestaand asbestinventarisatieattest, op voorwaarde dat deze conform zijn met de bepalingen van het inspectieprotocol die op dat moment van toepassing waren. Dit is vastgelegd in IP2, art. 5.9.1.4. De ADI draagt hierin een duidelijke verantwoordelijkheid: bij het overnemen van gegevens moet nagegaan worden of de oorspronkelijke monstername gebeurde volgens de toen geldende regels én of het monster voldoende representatief was voor het bemonsterde materiaal.
Onderstaande tabel illustreert enkele voorbeeldsituaties waarin de overname van monstergegevens al dan niet toegestaan is (bron: Informatiebrief 20 OVAM):
Onder IP1 moest een ADI voor elk gegenereerd asbestattest altijd een volledig plaatsbezoek van het volledige inspectiegebied uitvoeren. Onder IP2 is dit niet meer het geval: in artikel 5.4 van IP2 wordt uitgelegd in welke gevallen de ADI geen (volledig) plaatsbezoek moet uitvoeren en onder welke voorwaarden dit kan.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende situaties en de bijhorende verplichting:
In alle andere gevallen beoordeelt de ADI zelf of een plaatsbezoek nodig is, volledig of gedeeltelijk. Deze beoordeling gebeurt op eigen verantwoordelijkheid, op basis van expertise en de beschikbare informatie of documenten. De ontvangen informatie moet minstens beeldmateriaal bevatten van de actuele situatie van het inspectiegebied en moet als bewijsdocument worden opgeladen in de databank. De ingevoerde inspectiegegevens moeten overeenkomen met de situatie ter plaatse op het moment van het opstellen van het attest. De ADI moet steeds kunnen motiveren waarom een bepaalde beoordeling of werkwijze werd gekozen.
Vanaf 3 november 2025 moet de ADI in de databank aangeven of er een volledig, gedeeltelijk of geen plaatsbezoek werd uitgevoerd. Dit gebeurt via het tabblad ‘Inventarisdetails’ onder de titel ‘Type plaatsbezoek’.
Een voorbeeld ter illustratie: een ADI krijgt de vraag om een attest te actualiseren nadat een asbesthoudend kachelkoord werd verwijderd. De eigenaar bezorgt duidelijke foto’s waarop de kachel in de woonkamer herkenbaar is en waaruit blijkt dat het koord volledig verwijderd werd.
- In het eerste scenario stelde de ADI zelf het originele attest op, waarin enkel het kachelkoord als asbestmateriaal werd opgenomen. Het plaatsbezoek dateert van slechts twee maanden geleden en er werden geen andere werken uitgevoerd. De situatie komt nog overeen met de eerder opgeladen foto’s. In dit geval beoordeelt de ADI dat een nieuw plaatsbezoek niet nodig is.
- In een tweede scenario werd het originele attest opgesteld door een andere ADI en bevat het meerdere asbestmaterialen, zoals leidingisolatie in de kelder, een asbestcementen schoorsteen, dakbedekking en een vinylzeil in een slaapkamer. Het attest is vier jaar oud en de ontvangen foto’s van de overige materialen zijn onvoldoende duidelijk. Hier beoordeelt de ADI dat een nieuw plaatsbezoek wél noodzakelijk is om de actuele toestand correct te kunnen inschatten.