Om een bepaalde toepassing als niet-asbestverdacht te beschouwen, kunnen er geen NT-labels of gelijkwaardig gebruikt worden, aangezien deze geen wettelijke basis hebben.
Datum productiejaar versus plaatsingsjaar
Een vezelcementmateriaal kan als niet-asbestverdacht beschouwd worden op basis van het productiejaar zoals beschreven in titel 5.7.2.2. Voor vezelcement kan men het plaatsingsjaar gebruiken voor het bepalen van het productiejaar. Een ADI mag alle vezelcementtoepassingen als niet-asbestverdacht beschouwen als ze geplaatst zijn vanaf 2005, tenzij er ter plaatse twijfel is over de correctheid van de bewijsdocumenten.
Daarnaast geldt dat materialen die geproduceerd zijn na 2000 door de ADI als niet-asbestverdacht kunnen worden beschouwd. Wanneer het productiejaar echter niet rechtstreeks gekend is, maar het plaatsingsjaar wordt gebruikt als indicatie, dan mag het materiaal enkel als niet-asbestverdacht worden beschouwd als het plaatsingsjaar 2005 of later is.
Voorbeeldsituaties uit de praktijk
- Situatie 1: Op een tuinhuis liggen golfplaten met een markering “2002”.
Interpretatie: Deze markering geeft het productiejaar aan. Aangezien het materiaal na 2000 werd geproduceerd, mag de ADI dit als niet-asbestverdacht beschouwen, op voorwaarde dat de markering ondubbelzinnig op de toepassing aanwezig is. - Situatie 2: Op een tuinhuis liggen golfplaten zonder markering, maar er is een factuur beschikbaar die dateert van 2002.
Interpretatie: In dit geval is de factuur een bewijs van het plaatsingsjaar, niet van het productiejaar. Omdat het plaatsingsjaar vóór 2005 ligt, mag de ADI dit materiaal niet automatisch als niet-asbestverdacht beschouwen. Enkel een factuur van 2005 of later volstaat om het materiaal op basis van plaatsingsjaar als niet-asbestverdacht te beoordelen.
Vezelcementen buitenschiltoepassingen en risicobouwjaar
Volgens IP2, titel 5.5, mogen bepaalde constructies en ruimtes worden uitgesloten van inspectie op basis van het risicobouwjaar. Dit betekent dat de ADI een toepassing niet hoeft te onderzoeken als uit bewijsdocumenten blijkt dat ze buiten de risicoperiode vallen. Toch blijft voorzichtigheid geboden, zeker bij vezelcementen buitenschiltoepassingen.
De ADI moet steeds de bewijsdocumenten kritisch beoordelen en vergelijken met de toestand ter plaatse. Indien er aanwijzingen zijn dat het materiaal ouder is dan de vergunde of geplande bouwdatum, moet de ADI dit verder onderzoeken.
Een voorbeeld hiervan is een loods die vergund en geplaatst werd in 2008, maar waarbij de ADI vaststelt dat er oude golfplaten zijn gebruikt die volgens visuele beoordeling minstens twintig jaar oud zijn. In zo’n geval kan de ADI niet zomaar uitgaan van de vergunningsdatum. De toepassing moet dan mogelijk bemonsterd worden, of – indien er sprake is van een onderzoeksbeperking – opgenomen worden als asbestverdacht en dus asbesthoudend.
IP2 stelt duidelijk dat de ADI constructies en ruimtes enkel mag uitsluiten op basis van bewijsdocumenten zoals omschreven in titel 3.2.3.3. Deze uitsluiting gebeurt via een uitsluitingsfiche, waarin de gebruikte bewijsdocumenten worden opgeladen in de databank. Als de ADI uit deze documenten afleidt dat er materialen zijn gebruikt met een productiedatum die mogelijk vóór 2001 ligt, dan vallen deze materialen alsnog onder de te inspecteren toepassingen zoals vermeld in titel 5.8. Ook in dat geval moeten de bewijsdocumenten correct worden opgeladen.
Kortom, zelfs wanneer een toepassing formeel buiten het risicobouwjaar valt, moet de ADI alert blijven voor visuele of documentgebonden aanwijzingen die op oudere materialen kunnen wijzen. De beoordeling gebeurt steeds op basis van expertise, ondersteund door bewijsdocumenten, en moet in de databank correct worden gedocumenteerd.